Diagnostisch onderzoek

Binnen het diagnostisch onderzoek gebeurt een grondige doorlichting van de situatie. Dit onderzoek neemt minstens 2 maanden en maximum 4 maanden in beslag (behoudens uitzonderingen). Het onderzoek kan zowel ambulant als residentieel gevoerd worden, afhankelijk van de hulpvraag. Bij een ambulant onderzoek verblijft het kind / de jongere thuis, bij een residentieel onderzoek verblijft het kind / de jongere in één van onze twee leefgroepen: Okidoki (baby’s, peuters, kleuters en kinderen uit het lager onderwijs) en ’t Keerpunt (jongeren vanaf begin secundair onderwijs tot 18 jaar).

 

Een MDT (multidisciplinair team), samengesteld uit een psycholoog, contextbegeleider en individuele begeleider, volgt de situatie van begin tot einde op. Er gebeurt een analyse van de situatie en er wordt samen naar oplossingen gezocht aan de hand van:

  • een opnamegesprek met ouders, kind / jongere, contactpersoon – aanmelder, andere hulpverleners (na overleg), waarin de hulpvragen worden verkend.
  • gesprekken met de kinderen, de ouders, eventueel andere belangrijke betrokkenen
  • observaties in de leefgroep en / of thuis
  • contact / overleg met de contactpersoon – aanmelder, vroeger hulpverleners, leerkrachten, het CLB,…
  • onderzoek en diagnostiek: anamnese, psychologisch onderzoek, contextonderzoek, onderzoek bij een arts of kinder – en jeugdpsychiater,…
  • intern overleg van het MDT.

Naarmate het onderzoek vordert, krijgen de ouders, het kind/ de jongere en de contactpersoon - aanmelder de bevindingen te horen en wordt in overleg met hen tot een advies gekomen. Dit alles wordt ook tijdens een eindbespreking doorgenomen en in een verslag verwerkt.

 

Een diagnostisch onderzoek op residentiële basis (module diagnostiek en verblijf in functie van diagnostiek) houdt concreet in:

  • Het kind / de jongere verblijft in één van de leefgroepen met dagdagelijkse zorg, aandacht en opvoeding door een team van begeleiders. Er wordt gewerkt met een gepaste structuur en activiteitenaanbod.
  • In elke leefgroep kunnen 8 kinderen /jongeren verblijven.
  • Elk kind / jongere heeft zijn eigen kamer.
  • Elk kind / jongere wordt binnen de leefgroep vanuit zijn eigenheid en uniek – zijn benaderd.
  • Kinderen en jongeren blijven vanuit het OOOC naar school gaan. Er wordt gestreefd naar behoud van de eigen school. Indien dit niet mogelijk is omwille van afstand, gebeurt een schoolverandering naar een school in de buurt van het OOOC. Indien een andere reden het schoollopen bemoeilijkt wordt actief gezocht naar een passend school vervangend programma. Binnen de leefgroep wordt het schoollopen nauw opgevolgd. Indien aangewezen kan een schoolobservatie of schools overleg ingepland worden.
  • Wekelijks gaan gesprekken door met de ouders bij de contextbegeleider, doorgaans in het OOOC.
  • Wekelijks vindt een gesprek plaats met het kind / de jongere bij de psycholoog.
  • Een huisbezoek / thuisobservatie door de begeleider of contextbegeleider kan ook indien aangewezen.
  • Andere belangrijke betrokken kunnen indien aangewezen uitgenodigd worden voor een gesprek.
  • Belmomenten, bezoek – en weekendregelingen gebeuren telkens in samenspraak met het kind / de jongere, de ouders, de contactpersoon – aanmelder en het MDT.
  • Het verderzetten van bestaande hobby’s, weekendwerk,… wordt overlegd met het MDT. Algemeen gaan we ervan uit dat wat goed loopt behouden blijft als het praktisch haalbaar is voor het kind /de jongere en / of zijn context en de leefgroep. Daarnaast mag het de doelstellingen van het diagnostisch onderzoek niet belemmeren. 

Een diagnostisch onderzoek op ambulante basis (module diagnostiek) houdt concreet in:

  • Het kind / de jongere verblijft thuis.
  • Wekelijks gaan gesprekken door met de ouders met de contextbegeleider, deels in het OOOC, deels thuis.
  • Wekelijks vindt een gesprek plaats met het kind / de jongere bij de psycholoog in het OOOC.
  • Thuisobservaties door de begeleider, de contextbegeleider of de psycholoog.
  • Mogelijkheid tot inlassen van extra observatiemomenten (vb. deelname aan de leefgroepswerking na school, op woensdagnamiddag of tijdens de vakantie), een schools overleg of schoolobservatie.
  • Steeds gelegenheid tot telefonisch overleg, raadpleging of ondersteuning tussenin.